Paolo Giordano, kundig opgeleid in wiskunde en natuurkunde en lijdend aan een zekere hang naar structuur en voorspelbaarheid, wierp zich in de chaotische onzekerheid van de schrijverij. De titel en het thema van zijn debuut (2008), De Eenzaamheid Van De Priemgetallen, prikkelde mij, lijdend aan een overdreven hang naar structuur en voorspelbaarheid, sinds de verschijning. Toch kwam het pas nu op mijn verlanglijst. Na de reviews en interviews naar aanleiding van de recente (2011) verfilming.
Geheel wonderbaarlijk kwam het tot mij als mijn Valentijnsgeschenk.
Vaststelling! Zelden las ik sneller een boek. Alhoewel het verhaal niet licht is. Verklaring? Het moet licht geschreven zijn.
De Eenzaamheid Van De Priemgetallen brengt ons het voorlopige levensverhaal van 2 freaks, Alice en Mattia, verschoppelingen die vanaf hun jonge jaren hun leven in een vorm van zelfgekozen isolatie leven. En daarmee koppig doorgaan, ook nadat ze elkaar ontmoeten. Het lot van erger dan 2 priemgetallen, enkel deelbaar door 1 en zichzelf, namelijk tweelingpriemgetallen, voor eeuwig en noodzakelijk gescheiden door een tussenliggend en onoverbrugbaar even getal.
De schaduw over hen en hun omgeving kwam op jonge leeftijd. En bleef. Alice leeft in anorectische onmin met zichzelf, haar vader en de wereld nadat het misliep met dat verfoeide skieën waar haar vader haar steeds weer toe verplichtte. Mattia verkeert in een vergelijkbare, alhoewel meer zwijgende, zijnsstaat door zijn dubieuze aandeel in en zijn duale gevoel over het ontbreken van zijn zwakbegaafde tweelingzusje Michela.
De auteur schetst aan de hand van een aantal sleutelscènes het leven van Alice en Mattia, eerst apart, vervolgens samen-en-toch-apart na hun ontmoeting op puberleeftijd. Hun gesloten werelden en gesloten contacten, de onaffe relaties met de wereld, met elkaar en met zichzelf worden in een aantal sprongen in beeld gebracht. Voor steeds gesloten eindigen ze, want open is soms ook gesloten. Zeker als het over een einde gaat. De verraderlijke lichtheid van hun bestaan.








Vanuit Nederland kwam Prof. Jos Hendriksen zijn onderzoek en bevindingen toelichten omtrent de psychologie en de ontwikkeling van Duchenne-jongens. Globaal is die niet zo gek verschillend, maar er zijn wel enkele aandachtspunten. Tenslotte zitten dystrofines ook in het brein! Van problemen bij leesontwikkeling merken wij alleszins niets bij onze zoon, maar bij het opnemen van opdrachten wel. Dat kan met zijn korte-termijngeheugen te maken hebben en dus gaan we even overleggen met de school, want cognitief is er geen probleem. We hebben alvast ter plekke het
Het gaat vrij snel naar zijn nederlandstalige schoolloperij, wat al vrij uitzonderlijk is en leidt tot een rebels flamingantisme. Het eindigt bij de verrassende onthulling dat onze aktivistische jongeling voorbestemd was de rang van kapitein-adjudant op te nemen bij de op te richten Vlaamse Militie/Rijkswacht, getekend Borms. Zou het uniform gepast hebben? In tussentijd had de dichtende klerk een celstraf opgelopen door een ‘grap’ van zijn Vlaamsche Vriendjes, eenzaam geroep tegen de gehate superieur kardinaal Mercier. En zijn eersteling, Music-Hall, was opgevallen door de vernieuwende stedelijke thematiek.
De exploratie van jazz en de roots ervan is net iets te uitgebreid om te blijven boeien. En dat om toch maar te kunnen aantonen waarom onze geliefkoosde dandy er zo gek van was. Zeitgeist? Iemand?



